26 jun Poëziefestival
De eerste gasten druppelen op een regenachtige Hemelvaartsochtend het Kweekcafé van De Kweektuin in Haarlem Noord binnen. Bij de aankondiging van het Poëziefestival In Goede Aarde dat de Haarlemse Dichtlijn vandaag op het Kweekterrein houdt staan twee moeders met kinderen stil. Op de vraag wat er vandaag gebeurt, legt één van hen aan de kinderen uit dat dichters komen voordragen. ‘Wat is een dichter?’ vraagt een kind. De moeders kijken elkaar aan. Ze weten het niet uit te leggen. Wat is een dichter?
Rond het middaguur is het opgeklaard. De vrijwilligers van de Haarlemse Dichtlijn hebben de zes podia in en rond De Kweektuin in orde gemaakt voor de gasten die ze vandaag zullen ontvangen: bijna 100 dichters en 200 bezoekers. Elk jaar organiseert de Haarlemse Dichtlijn op Hemelvaartsdag een poëziefestival, dit is alweer de 18e editie. De dag hiervoor kreeg de onvermoeibare voorzitter Marten Janse uit handen van wethouder Diana van Loenen de Penning van Verdienste voor zijn inzet voor het bevorderen van de belangstelling van de poëzie in Haarlem en omstreken, een eer die hij graag met vele vrijwilligers deelt.
De opening wordt verzorgd door Dichter der Nederlanden Babs Gons. Ze vertelt over de noodzaak van poëzie. Het voorkomt geen oorlog en bloedvergieten, maar herinnert ons aan ons menszijn en het belang van verbinding met elkaar. Als mensen in een ruimte met elkaar gedichten delen gebeurt er iets, zegt ze en ze brengt het meteen in de praktijk. Ze ontroert het publiek met haar energieke voordracht. Doe het toch maar, zegt ze als je twijfelt om je poëzie te schrijven en te delen.
In drie rondes dragen 100 dichters elk drie gedichten voor op één van de zes podia. Iedereen die gedichten maakt is welkom op het festival, er is geen selectie vooraf. Dat maakt de verscheidenheid elke keer weer enorm groot. Vele mensen hebben de behoefte hun gedachten en gevoelens in poëzie uit te drukken. Er wordt intiem gedicht over kleine taferelen en groots en meeslepend over grote onderwerpen. Er wordt gefluisterd en gedeclameerd, gelachen en gehuild. Alles kan en mag. De vraag wat een dichter is wordt daarmee niet eenvoudig beantwoord. Dichter Johan Meesters noemt de dichter achtereenvolgens een krijger, een tijger, een zwijger en een reiger. Daarmee weten we alles en eigenlijk ook niets. Dat is wat veel gedichten op dit festival met elkaar gemeen hebben: ze pogen iets te zeggen dat je met iets anders dan je ratio kan begrijpen. Het publiek gaat rijk gevuld van de optredens naar huis. In de festivalbundel die gemaakt is met van elke deelnemer een gedicht is in alle rust na te lezen wat de dichters ons te zeggen hebben, want ze deden het toch maar.
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.